ECLI:NL:CRVB:2013:2506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.S. van der Kolk
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen een loonsanctie opgelegd door het UWV wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een langdurig zieke werknemer. Het UWV had het recht op loon tijdens ziekte verlengd met 52 weken omdat de werkgever niet voldoende had gedaan om de werknemer te re-integreren.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de werkgever onvoldoende systematisch onderzoek had verricht naar passende functies binnen het eigen bedrijf (eerste spoor) en te laat was gestart met re-integratie in het tweede spoor. De werkgever voerde in hoger beroep aan dat er wel degelijk inspanningen waren verricht, waaronder arbeidstherapeutische werkzaamheden en een arbeidskundig onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de werkgever onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de re-integratie-inspanningen adequaat en tijdig waren. Het arbeidstherapeutisch werken was niet beperkt tot een korte periode en de zoektocht naar passende functies binnen het bedrijf was niet systematisch. Ook het tweede spoor was te laat en onvoldoende voortvarend opgepakt. De loonsanctie wordt daarom bevestigd.
Er worden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 20 november 2013.
Uitkomst: De loonsanctie wordt bevestigd wegens onvoldoende en niet tijdige re-integratie-inspanningen door de werkgever.