ECLI:NL:CRVB:2013:2564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens verzwegen bankrekeningen en onduidelijke kasstortingen
Appellant, sinds 2001 in Nederland woonachtig, ontving bijstand op grond van de WWB. Na een interne melding startte de sociale recherche een onderzoek waaruit bleek dat appellant geen melding had gemaakt van twee bankrekeningen en kasstortingen van in totaal €15.390,-.
Het college trok daarop de bijstand, bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de kasstortingen verband hielden met huurpenningen die hij voor een derde int en dat hij hulp had gekregen bij het invullen van het inlichtingenformulier.
De Raad oordeelde dat hulp bij het invullen niet ontslaat van de eigen inlichtingenplicht en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de kasstortingen verband hielden met huurbetalingen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand, bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.