Uitspraak
.Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Hermans. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Sangster.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 1999 bijstand op grond van de WWB. In 2012 bleek dat zij een niet gemelde bankrekening op Aruba had waarop pensioen werd gestort, wat leidde tot intrekking van bijstand en terugvordering van ruim €150.000.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden omdat zij de bankrekening niet had gemeld, ook al had zij hulp bij het invullen van formulieren gekregen. De door haar overgelegde bewijsstukken konden niet overtuigend aantonen dat zij niet over de gelden beschikte. Daarom was intrekking en terugvordering terecht.
Voor de periode na 1 januari 2012 oordeelde de Raad dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de aanvraag bijstand met terugwerkende kracht wordt toegekend vanaf 6 maart 2012. Dit omdat appellante zich op 1 februari 2012 had gemeld bij het UWV, maar dit niet als aanvraag werd verwerkt vanwege het toen nog bestaande recht op bijstand.
De Raad vernietigde het besluit dat de nieuwe aanvraag vanaf 9 maart 2012 toekende en herstelde dit met ingang van 6 maart 2012. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Intrekking en terugvordering bijstand bevestigd, maar nieuwe aanvraag bijstand met terugwerkende kracht toegekend vanaf 6 maart 2012.