ECLI:NL:CRVB:2013:2615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering ondanks werkzaamheden als zelfstandige
Appellant ontving vanaf januari 2009 een WW-uitkering en meldde in december 2009 werkzaamheden als zelfstandige. Het Uwv herzag in september 2011 de uitkering en trok deze vanaf januari 2010 in, met terugvordering van € 2.692,20. De rechtbank vernietigde het besluit deels en stelde de terugvordering vast op € 2.467,85 voor de periode 4 januari tot 21 maart 2010.
In hoger beroep betwistte appellant de hoogte van de terugvordering en stelde dat het Uwv onzorgvuldig handelde door pas na bijna twee jaar te reageren. Ook voerde hij persoonlijke financiële omstandigheden aan die tot matiging zouden moeten leiden. De Raad oordeelde dat het Uwv verplicht was terug te vorderen op grond van de WW en dat de persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren om af te zien van terugvordering.
Daarnaast vond de Raad dat het uitstel door het Uwv geen reden was om af te wijken van de wettelijke verplichting tot terugvordering. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van € 2.467,85 WW-uitkering over de periode 4 januari tot 21 maart 2010.