ECLI:NL:CRVB:2013:2631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand voor eigen bijdragen rechtsbijstand en griffierecht
Appellante vroeg bijzondere bijstand voor vergoeding van eigen bijdragen in zeven gerechtelijke procedures en het griffierecht, maar haar aanvraag werd afgewezen omdat zij de aanvraag niet binnen de gemeentelijke termijn van twee weken na afgifte van de toevoeging of ontvangst van de nota had ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de kosten zijn gemaakt vóór de datum van de aanvraag en dat bijzondere bijstand in beginsel niet wordt verleend voor kosten die vóór de aanvraag zijn ontstaan, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Appellante voerde medische omstandigheden en onvoldoende voorlichting aan, maar dit werd niet als bijzondere omstandigheden erkend. Ook het beleid van het college, dat een termijn van twee weken hanteert, werd als consistent en buitenwettelijk begunstigend beleid aanvaard. Het hoger beroep faalt en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden en consistent beleid.