ECLI:NL:CRVB:2013:2654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding bij afwijzing WW-uitkering
Appellant had een WW-uitkering aangevraagd die op 6 maart 2012 door het UWV werd afgewezen. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, maar dit werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank bevestigde dit oordeel omdat het UWV aannemelijk had gemaakt dat het besluit was verzonden en ontvangen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit niet tijdig was ontvangen en dat het elektronisch archiefsysteem (EAED) geen bewijs van verzending bood. De Raad stelde vast dat het EAED inderdaad geen bewijs van verzending garandeert, maar concludeerde op basis van de omstandigheden, zoals het tijdig aanvragen van een bijstandsuitkering en het contact met het UWV, dat het besluit wel degelijk kort na 6 maart 2012 is ontvangen.
De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken begon op 7 maart 2012 en eindigde op 18 april 2012. Het bezwaar op 19 april 2012 was derhalve te laat en niet verschoonbaar. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit van 6 maart 2012 is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.