ECLI:NL:CRVB:2013:2660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging verlaging bijstand wegens niet-meewerken arbeidsinschakeling
Betrokkene ontvangt sinds 2002 bijstand en weigerde mee te werken aan een door het college aangeboden arbeidsinschakelingstraject vanwege medische beperkingen. Het college liet een medisch belastbaarheidsonderzoek uitvoeren waaruit bleek dat betrokkene met een geleidelijke urenopbouw kon deelnemen, maar met moeite omging met externe prikkels.
Het college legde op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) meerdere malen een volledige verlaging van de bijstand op omdat betrokkene niet deelnam aan het onderzoekstraject. De rechtbank vernietigde deze besluiten omdat het college onvoldoende rekening had gehouden met de beperkingen van betrokkene, met name de impact van een drukke werkomgeving.
In hoger beroep betoogde het college dat het niet mogelijk was om vooraf zorgvuldig te beoordelen of betrokkene het werk kon verrichten omdat betrokkene niet deelnam. De Raad oordeelde dat het college desondanks maatwerk had moeten leveren en vooraf de aard van het werk en de omstandigheden had moeten onderzoeken.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het college tekort was geschoten in zijn zorgvuldige afweging en dat betrokkene niet verweten kan worden niet mee te werken. Het hoger beroep werd verworpen en het college werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college onvoldoende maatwerk leverde en dat betrokkene niet kan worden verweten niet mee te werken, waardoor de verlagingen van de bijstand onterecht waren.