ECLI:NL:CRVB:2013:2744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering bijstand wegens onjuist vermogensvaststelling door niet-betrekken schulden
Appellante ontving sinds 2005 bijstand op grond van de WWB. Na de ontvangst van een erfenis in 2008 stelde het college een terugvordering vast wegens overschrijding van de vermogensgrens. Het college hield bij de vermogensvaststelling echter geen rekening met alle schulden van appellante op de peildatum 2 september 2007.
In hoger beroep heeft appellante een overzicht met bewijsstukken van haar schulden overgelegd. De Raad oordeelt dat sommige schulden niet aannemelijk zijn gemaakt omdat alleen oude aanmaningen zijn overgelegd, terwijl andere schulden wel voldoende zijn onderbouwd met vonnissen, beslagleggingen en aanmaningen die aantonen dat deze schulden op de peildatum bestonden.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak en het bestreden besluit van het college, stelt de terugvordering opnieuw vast op een lager bedrag van € 3.248,99 en veroordeelt het college in de proceskosten. Hiermee wordt de terugvordering aanzienlijk verminderd vanwege de juiste inachtneming van schulden bij de vermogensvaststelling.
Uitkomst: De terugvordering van bijstand wordt verminderd tot € 3.248,99 vanwege het meenemen van schulden bij de vermogensvaststelling.