ECLI:NL:CRVB:2013:2759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens verblijf in het buitenland en ziekte niet gegrond verklaard
Appellanten, gehuwd en bijstandontvangers, verbleven tijdelijk in het buitenland met toestemming van het college van Rotterdam. Appellant keerde later dan toegestaan terug en meldde zich met een verklaring van ziekte. Het college herzag de bijstand en legde een terugvordering en maatregel op vanwege overschrijding van de toegestane verblijfsduur.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat appellant wegens ziekte niet tijdig kon terugkeren, wat een zeer dringende reden zou zijn volgens artikel 16 WWB Pro. De Raad oordeelde dat de overgelegde medische verklaringen onvoldoende waren om een acute noodsituatie aan te tonen die rechtvaardigt dat de bijstand niet wordt herzien.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en herroept het besluit over de maatregel, maar handhaaft de herziening en terugvordering van de bijstand over de periode van te lang verblijf in het buitenland. Daarnaast veroordeelde de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Raad vernietigt het bestreden besluit over de maatregel en herroept het besluit van 19 augustus 2011, maar bevestigt de herziening en terugvordering van de bijstand.