ECLI:NL:CRVB:2013:2788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag re-integratie- en uitstroompremies en bijzondere bijstand
Appellant verzocht het college om toekenning van re-integratiepremies, uitstroompremies en onkostenvergoedingen voor werk dat hij in 2007 in China aanvaardde. Het college wees deze aanvraag af omdat de re-integratiepremie sinds 2005 was afgeschaft en onkosten niet werden vergoed. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat appellant geen recht had op de gevraagde premies en vergoedingen.
In hoger beroep stelde appellant dat ook premies voor werk in 2003, 2004 en 2006 moesten worden toegekend, maar de Raad concludeerde dat uit zijn brieven niet bleek dat hij die aanvragen had ingediend. Ook viel appellant niet onder de doelgroep voor de uitstroompremie. De Raad oordeelde dat bijzondere bijstand voor onkosten die voor de aanvraagdatum zijn gemaakt, in principe niet wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen, welke hier niet zijn aangetoond.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank omdat deze een verkeerde grondslag hanteerde voor het oordeel over onkostenvergoeding, maar verklaarde het beroep uiteindelijk ongegrond. Het college moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van re-integratiepremies, uitstroompremies en bijzondere bijstand wordt ongegrond verklaard.