ECLI:NL:CRVB:2013:2835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.S. van der Kolk
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens inkomsten uit werk als zelfstandige
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Vanaf 2006 tot 2009 had zij inkomsten uit werk als zelfstandige in een vennootschap onder firma, waarvan zij 40% van de winst toekwam. Het UWV heeft haar uitkering over deze periode geheel gekort en het teveel betaalde bedrag van €23.740,56 teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij redelijkerwijs had kunnen weten dat haar inkomsten invloed hadden op haar uitkering en dat de terugvordering geen dringende redenen in de zin van artikel 57 WAO Pro kende. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij haar werkzaamheden had gemeld en dat het UWV haar recht had verwerkt, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat het UWV het toepasselijke artikel 44 WAO Pro correct en consistent heeft toegepast, ook met terugwerkende kracht, en dat geen sprake was van een gerechtvaardigde verwachting of toezegging die de terugvordering zou verhinderen. Dringende redenen voor kwijtschelding ontbraken, ook niet vanwege de vertraging door het UWV. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de teveel betaalde WAO-uitkering wegens inkomsten uit zelfstandige arbeid zonder dringende redenen voor kwijtschelding.