ECLI:NL:CRVB:2013:2843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onjuiste gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande en het college beëindigde deze op grond van een vermeende gezamenlijke huishouding met een man die tijdelijk bij haar verbleef. Het college baseerde dit op een verklaring waarin werd gesteld dat zij zorg verleende aan deze man en dat hij soms een bijdrage leverde.
De Raad beoordeelde dat hoewel het hoofdverblijf in dezelfde woning was, het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van wederzijdse zorg. De beperkte financiële bijdragen van de man waren niet van zodanig gewicht en het college had nagelaten meer feiten te onderzoeken.
De Raad concludeerde dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, waardoor het beroep gegrond werd verklaard en het besluit werd vernietigd. Tevens werden de proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van wederzijdse zorg.