ECLI:NL:CRVB:2013:2853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand en handhaving arbeidsverplichtingen ondanks gezondheidsklachten
Appellanten ontvangen bijstand op grond van de WWB en zijn geconfronteerd met verlagingen van de bijstand wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsverplichtingen en opleidingen. Verschillende medische en psychologische onderzoeken wezen uit dat appellant beperkt belastbaar is voor betaald werk, maar wel in staat is tot maatschappelijke participatie en het volgen van een taaltraject.
Het college heeft op basis hiervan besluiten genomen tot ontheffing van enkele arbeidsverplichtingen, maar handhaafde andere verplichtingen en legde meerdere verlagingen van de bijstand op wegens niet-naleving. Appellanten voerden aan dat zij onterecht werden behandeld alsof zij volledig ontheven waren, dat de maatregelen onevenredig zijn en dat de gezondheidsklachten onvoldoende in aanmerking zijn genomen.
De Raad oordeelt dat de arbeidsverplichtingen reeds van kracht waren en dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad om aan de verplichtingen te voldoen. De medische gegevens rechtvaardigen geen verdere ontheffing van arbeidsverplichtingen. Ook is de niet-ontvankelijkverklaring van bezwaren tegen een besluit terecht. Het beroep op internationale verdragen, waaronder het IVRK, faalt omdat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat de maatregelen de essentiële kosten voor hun minderjarige kinderen in gevaar brengen.
Het hoger beroep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen, waarmee de bestreden besluiten worden bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige afgewezen, waarmee de bestreden besluiten worden bevestigd.