ECLI:NL:CRVB:2013:2869
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel en geschiktheid voor werk als kassamedewerkster
Appellante was sinds 1990 werkzaam als kassamedewerkster en meldde zich in juni 2010 ziek met psychische klachten, waarna zij een Ziektewetuitkering ontving. Na een psychologisch onderzoek en medische beoordelingen verklaarde het Uwv haar per 2 november 2011 hersteld en beëindigde de uitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat zij vanwege fysieke en psychische klachten, lage intelligentie en taalproblemen niet in staat was haar werk te hervatten. Zij overhandigde medische rapporten van een revalidatiearts en radiologen ter onderbouwing.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de beoordeling van het Uwv zorgvuldig was en rustte op voldoende medische grondslag. De diagnose ongedifferentieerde somatoforme stoornis leidt niet automatisch tot beperkingen. De medische gegevens toonden geen reden om haar arbeidsongeschiktheid aan te nemen. Ook het beroep op onafhankelijkheid van verzekeringsartsen werd verworpen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding en proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering wordt beëindigd omdat appellante weer geschikt wordt geacht haar werk als kassamedewerkster te verrichten.