ECLI:NL:CRVB:2013:2895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- J.S. van der Kolk
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling causaliteit psychische klachten na bevalling voor Ziektewetuitkering
Appellante beviel op 30 januari 2011 van een dochter en ontving een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg. Na afloop van deze uitkering meldde zij zich ziek met psychische klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid door zwangerschap of bevalling, omdat de klachten niet direct aan deze oorzaken konden worden toegeschreven. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd op basis van rapporten van een bezwaarverzekeringsarts die concludeerde dat de klachten voortkomen uit de reactie op de ziekte van de baby en de ziekenhuisopnames.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat er geen oorzakelijk verband was tussen de klachten en de zwangerschap of bevalling. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de verklaringen van haar behandelaars had genegeerd en dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door niet met hen te overleggen. Ook stelde zij dat de Standaard onjuist was toegepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bezwaarverzekeringsarts over voldoende medische informatie beschikte en de motivering in lijn is met de Standaard. De Raad acht het ontbreken van oorzakelijk verband tussen de klachten en zwangerschap of bevalling overtuigend onderbouwd. Onzorgvuldigheden in het dossier en het niet inwinnen van aanvullende informatie wegen niet zwaar. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV wordt bevestigd dat de psychische klachten niet door zwangerschap of bevalling zijn veroorzaakt.