ECLI:NL:CRVB:2013:2927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- H.C.P. Venema
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Compensatie reistijd als werktijd voor VWA-medewerkers en gelijkheidsbeginsel
Betrokkene was werkzaam bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees (RVV) en later bij de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA), ontstaan uit een fusie. Voor de fusie golden verschillende regelingen voor reistijdcompensatie. Na de fusie werd een praktijk gevolgd waarbij reistijd volledig als werktijd werd aangemerkt tot 15 februari 2007, waarna een nieuwe regeling met beperkingen werd ingevoerd. Deze regeling werd door vele medewerkers aangevochten en uiteindelijk vernietigd wegens onbevoegdheid.
De rechtbank oordeelde dat er geen uniforme reisregeling was en dat de ongelijke behandeling van voormalige RVV-medewerkers ten opzichte van andere groepen binnen de VWA niet gerechtvaardigd was. De Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat de gunstiger regeling voor nieuwe medewerkers geen rechtvaardiging vormt voor het onderscheid.
De Raad past vaste rechtspraak toe inzake duuraanspraken en bepaalt dat compensatie alleen moet worden verleend vanaf 1 juli 2010, de datum van het verzoek. Verder oordeelt de Raad dat compensatie in verlofuren passend is en dat betrokkene aanspraak kan maken op overwerkvergoeding en toelage onregelmatige dienst, maar niet op ploegentoeslag. De eerdere besluiten tot compensatie worden vernietigd en appellant wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen volgens de gegeven richtlijnen.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten en draagt appellant op een nieuwe beslissing te nemen waarbij compensatie van reistijd vanaf 1 juli 2010 wordt toegekend met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel.