ECLI:NL:CRVB:2013:2928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- H.C.P. Venema
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Compensatie reistijd als werktijd voor voormalige VWA-medewerkers en gelijkheidsbeginsel
Betrokkene was werkzaam bij de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees en later bij de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA). Na de fusie van verschillende inspectiediensten ontstond onduidelijkheid over de compensatie van reistijd als werktijd. Voorafgaand aan 2006 golden verschillende regelingen voor ambulante medewerkers, waarbij reistijd bij de ene groep volledig als werktijd werd gerekend en bij de andere groep slechts gedeeltelijk.
In 2007 stelde de Inspecteur-Generaal van de VWA een regeling in waarbij de werkdag op de standplaats moest beginnen en eindigen, met een maximale reistijd van 30 minuten enkele reis als eigen tijd. Deze regeling werd later herroepen wegens onbevoegdheid. In 2008 werd een nieuwe regeling gepubliceerd die voor voormalige RVV-medewerkers een beperking van maximaal tweemaal 30 minuten niet-werktijd per dag inhield, terwijl voor andere groepen reistijd als werktijd bleef gelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond wegens ongelijke behandeling zonder rechtvaardiging. De Raad bevestigt dat onderscheid tussen groepen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en volgt de vaste rechtspraak omtrent duuraanspraken. De Raad vernietigt de eerdere besluiten van 2012 die compensatie vanaf 15 februari 2007 toekenden en bepaalt dat compensatie alleen verschuldigd is vanaf 1 juli 2010. Tevens wijst de Raad op mogelijke aanspraken op overwerkvergoeding en toelage onregelmatige dienst, maar niet op ploegentoeslag.
De Raad beveelt appellant een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitgangspunten en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere besluiten en beveelt een nieuwe beslissing op bezwaar met compensatie vanaf 1 juli 2010.