Uitspraak
30 november 2011, 10/7966 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant werd op 1 maart 2009 bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst aangesteld in schaal 8 en verzocht uiterlijk per 1 januari 2010 in schaal 9 te worden ingedeeld vanwege een toezegging dat hij financieel niet zou worden benadeeld door zijn inzet op bezwaarzaken in plaats van eerste aanlegzaken.
Na een gesprek met zijn unitmanager werd afgesproken dat indien appellant per 1 februari 2010 nog niet tekenbevoegd was, hij een extra periodiek zou krijgen. De minister kende op 24 maart 2010 een extra periodiek toe met ingang van 1 februari 2010. Op 1 april 2010 werd appellant tekenbevoegd en ingedeeld in schaal 9.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de toekenning van het extra periodiek ongegrond en oordeelde dat de minister hiermee aan zijn verplichtingen had voldaan. Appellant stelde in hoger beroep dat hem toegezegd was dat hij uiterlijk per 1 januari 2010 tekenbevoegd zou zijn, en dat hij daardoor financieel benadeeld werd.
De Raad oordeelde dat de toezegging te onbepaald was om een recht op indeling in schaal 9 per 1 januari 2010 te rechtvaardigen. Het loopbaanbeleid koppelt de overgang naar schaal 9 aan zelfstandigheid en tekenbevoegdheid, die pas na minimaal een jaar kan worden toegekend. De extra periodiek per 1 februari 2010 was daarom passend en appellant werd niet benadeeld. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van het extra periodiek per 1 februari 2010 wordt bevestigd.