ECLI:NL:CRVB:2013:2980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten verlaging WAO-uitkering wegens onvoldoende herstel gebrek
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarin zijn WAO-uitkering werd verlaagd naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35% met ingang van 26 januari 2011. De bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige hadden hun beoordelingen gebaseerd op een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en een psychiatrisch rapport van Hoencamp. De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende rekening had gehouden met het psychiatrisch advies en dat de bezwaararbeidsdeskundige de geselecteerde functies passend had gemotiveerd.
De Raad stelde vast dat bij verlaging of beëindiging van een WAO-uitkering een uitlooptermijn moet worden gegeven, tenzij sprake is van een afgesloten periode in het verleden. Het tijdstip van het psychiatrisch onderzoek kon niet als startdatum van de verlaging dienen. Het rapport van Hoencamp gaf geen aanleiding om aan te nemen dat appellant ten tijde van het onderzoek in dezelfde situatie verkeerde als in september 2007.
De Raad concludeerde dat het UWV het gebrek in het eerdere besluit niet had hersteld en dat de besluiten van 23 april 2010 en 2 juli/13 augustus 2013 vernietigd moesten worden. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en de verlaging van de WAO-uitkering per 26 januari 2011 onterecht bevonden.
Uitkomst: De besluiten die de WAO-uitkering per 26 januari 2011 verlagen naar 25-35% arbeidsongeschiktheid worden vernietigd.