ECLI:NL:CRVB:2012:BY6625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering AOW- en Anw-uitkering wegens niet gemelde gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen respectievelijk AOW-pensioen en Anw-uitkering en woonden vanaf begin 2008 samen zonder dit aan de Sociale verzekeringsbank (Svb) te melden. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de sociale recherche een onderzoek dat leidde tot herziening van de uitkeringen en terugvordering van te veel ontvangen bedragen.
De rechtbank oordeelde dat appellanten vanaf 1 januari 2008 een gezamenlijke huishouding voerden en dat zij de wettelijke inlichtingenplicht hadden geschonden. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij pas eind 2009 gingen samenwonen en dat terugwerkende kracht onredelijk was.
De Raad stelde vast dat de verklaringen van appellanten en het onderzoek voldoende bewijs boden voor de gezamenlijke huishouding vanaf 1 januari 2008. Het beleid van de Svb omtrent terugvordering met terugwerkende kracht werd als consistent en rechtmatig beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van AOW- en Anw-uitkeringen bevestigd.