ECLI:NL:CRVB:2013:738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het griffierecht werd niet binnen de gestelde termijn betaald. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Appellant maakte verzet hiertegen, stellende dat privé-omstandigheden de late betaling veroorzaakten en dat de Raad niet had bewezen dat de aanmaningsbrief aangetekend was verzonden.
De Raad oordeelde dat het griffierecht pas op 14 februari 2013 werd ontvangen, terwijl de betaling uiterlijk op 7 februari 2013 had moeten plaatsvinden. De termijn begon te lopen op 11 januari 2013, de datum waarop de aangetekende brief werd bezorgd bij de gemachtigde van appellant. Er waren geen feiten of omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Het te laat betaalde griffierecht van €115,- wordt aan appellant terugbetaald. Een veroordeling in proceskosten is niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 juni 2013.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.