Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 12 april 2012 ongegrond;
- wijst het verzoek om toekenning van schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen sinds 2007 bijstand en werden meerdere malen gewaarschuwd wegens het niet melden van kentekens en mogelijke werkzaamheden. Na anonieme tips en onderzoek door de sociale recherche bleek dat appellant op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte bij een autobedrijf en in zijn garage, zonder dit aan het college te melden.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in vanaf 1 juli 2009 en vorderde de kosten van ten onrechte verleende bijstand terug. De rechtbank oordeelde dat de intrekking vanaf 1 juli 2009 gerechtvaardigd was en vernietigde het eerdere besluit.
In hoger beroep betwistten appellanten de werkzaamheden en het bestaan van het autobedrijf, maar de Raad concludeerde op basis van getuigenverklaringen, observaties, doorzoekingen en bankgegevens dat appellant wel degelijk werkzaamheden verrichtte. Omdat appellanten geen administratie bijhielden en de inlichtingenverplichting schonden, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk en de kosten terugvorderde, ook met brutering, ondanks het betoog van appellanten dat zij te goeder trouw waren en niets verdienden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.