Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 28 juli 2011 ongegrond;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante betwistte de berekening van het dagloon in verband met een Ziektewetuitkering per 27 juli 2010. Zij stelde dat bij de berekening rekening gehouden moest worden met het totaal aantal feitelijk verrichte arbeidsuren binnen de dienstbetrekking en dat voor de in juli 2010 uitgekeerde uren met een hoger aantal dan elf, vanwege verlof, een ander aantal uren moest worden gehanteerd.
De rechtbank had appellante niet gevolgd in deze beroepsgronden en vernietigde een eerder besluit wegens strijd met het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. Het UWV nam een nieuw besluit waarbij het dagloon werd verhoogd, maar appellante bleef het oneens met de gehanteerde systematiek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank terecht is uitgegaan van artikel 2 van Pro het Besluit, waarbij loon wordt geacht te zijn genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever opgave heeft gedaan. De uitzonderingsbepaling was niet van toepassing omdat de loonbetaling buiten de referteperiode viel. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens wees de Raad het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.