ECLI:NL:CRVB:2013:890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht en vermoedens vrouwenhandel
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB vanaf april 2008. Na melding van voorlopige hechtenis wegens verdenking vrouwenhandel heeft het college het recht op bijstand opgeschort en later ingetrokken. De Afdeling Bijzonder Onderzoek van de Dienst SZW voerde een uitgebreid onderzoek uit op basis van een ontnemingsrapportage van de politie, dossieronderzoek en aanvullende gegevens.
Het college besloot de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de ten onrechte ontvangen bijstand terug te vorderen. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, omdat het college slechts een deel van het strafdossier gebruikte en selectief belastende informatie hanteerde.
De Raad oordeelt dat het college voldoende en zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, waarbij de politiegegevens kritisch zijn onderzocht en aangevuld met eigen bevindingen. De verklaringen van de aangifteverzamelaar zijn niet de enige basis; ook andere bronnen ondersteunen de conclusies. Appellant heeft onvoldoende onderbouwing gegeven voor zijn betwisting en heeft ontlastend bewijs niet aangeleverd.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en onvoldoende onderbouwing van appellant.