Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving vanaf eind 2008 een WIA-uitkering die het UWV per 26 maart 2011 beëindigde wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het besluit bevestigde, stelde appellante hoger beroep in.
In hoger beroep overwoog de Raad dat het geschil draaide om de vraag of de psychische beperkingen van appellante zwaarder moesten worden beoordeeld dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) was opgenomen. De Raad vond dat de verzekeringsartsen een zorgvuldig en goed gemotiveerd onderzoek hadden verricht, waarbij ook de informatie van de behandelend psychologe was betrokken.
De psychologe had weliswaar behoefte aan zekerheid en voorspelbaarheid vastgesteld, maar de Raad vond dat deze aspecten voldoende waren meegenomen in de FML. Er waren geen concrete aanwijzingen voor zwaardere beperkingen. Appellante kon ook niet specificeren welke beperkingen onderschat waren en kon zelf geen aanvullende medische informatie aanleveren.
De Raad zag daarom geen reden om het besluit te herzien of een deskundige te benoemen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek tot vergoeding van proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.