Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontving sinds 1974 bijstand, laatstelijk op grond van de WWB, en werd onderzocht na een anonieme melding over samenwoning met [v. D.]. De sociale recherche voerde een onderzoek uit, leidend tot intrekking van bijstand per 1 september 2010 en terugvordering van €78.312,36 over de periode 2004-2010 wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante betoogde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen via strafrechtelijke opsporingsmiddelen en dat zij onvoldoende geïnformeerd was over haar recht op rechtsbijstand, maar de Raad verwierp deze bezwaren. De processen-verbaal van verhoor werden als betrouwbaar beoordeeld, ondanks verschillen met verbatimverslagen.
De Raad oordeelde dat er sprake was van gezamenlijke huishouding tussen appellante en [v. D.], ondanks het aanhouden van aparte adressen, op grond van hun feitelijke samenwoning en wederzijdse zorg. Appellante had dit niet gemeld, waardoor zij haar inlichtingenplicht schond. De strafrechtelijke vrijspraak van uitkeringsfraude doet hieraan niet af. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht.