ECLI:NL:CRVB:2013:958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag militair wegens rijden onder invloed en ongeval
Appellant, een militair bij de Koninklijke Marechaussee, werd op 18 februari 2011 aangehouden voor rijden onder invloed met een alcoholwaarde van 560 µg/l, ruim boven de wettelijk toegestane 220 µg/l. Tijdens een inhaalmanoeuvre veroorzaakte hij een botsing met een andere auto, waarbij schade ontstond. De minister verleende hem op grond van wangedrag ontslag per 1 juli 2011.
Appellant maakte bezwaar tegen het ontslagbesluit, stellende dat het beleid omtrent verzwarende omstandigheden niet redelijk is en dat het ongeval hem niet kan worden toegerekend. Ook voerde hij aan dat er geen ruimte was voor een individuele belangenafweging en dat zijn commandanten vertrouwen in hem hadden.
De Raad oordeelde dat het ministeriële beleid, dat bij rijden onder invloed met een alcoholpercentage boven de transactienorm of bij verzwarende omstandigheden ontslag voorschrijft, niet onredelijk is. Hoewel niet vaststond in hoeverre appellant het ongeval had veroorzaakt, was het rijden onder invloed een bewust risico en kon het ongeval als verzwarende omstandigheid worden meegewogen.
De gedragingen konden appellant worden toegerekend en het belang van de Kmar woog zwaarder dan dat van appellant. De minister had terecht gebruikgemaakt van zijn ontslagbevoegdheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant wordt bevestigd.