ECLI:NL:CRVB:2013:960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag militair wegens rijden onder invloed met hoog alcoholpromillage
Appellant, militair bij de Koninklijke Marechaussee, werd op 18 september 2010 aangehouden voor rijden onder invloed met een alcoholwaarde van 655 µg/l, ruim boven de wettelijk toegestane grens van 220 µg/l en de transactiegrens van het Openbaar Ministerie van 650 µg/l. De minister verleende appellant op 14 februari 2011 ontslag wegens wangedrag op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
Appellant maakte bezwaar tegen dit ontslag, maar dit werd bij besluit van 30 augustus 2011 ongegrond verklaard. De minister hanteert een strikt ontslagbeleid bij rijden onder invloed door Kmar-medewerkers, waarbij bij overschrijding van de transactiegrens of verzwarende omstandigheden ontslag volgt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep werd dit bevestigd.
Appellant voerde aan dat het beleid niet bekend was gemaakt, dat een transactie was aangeboden en dat de overschrijding van de transactiegrens slechts 5 µg/l bedroeg, wat in de belangenafweging mee had moeten wegen. De Raad oordeelde dat het beleid niet onredelijk is gezien de bijzondere positie van de Kmar en dat het organisatiebelang zwaarder weegt dan het belang van appellant. Het feit dat appellant een transactie accepteerde, doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant wordt bevestigd.