ECLI:NL:CRVB:2013:978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medisch onderzoek en geschiktheid voor WIA-functies
Appellant was tot oktober 2006 werkzaam als agrarisch medewerker en viel uit met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde in 2008 vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor bepaalde functies binnen de Wet WIA. Na meerdere ziekmeldingen en het ontvangen van Ziektewetuitkeringen beëindigde het UWV deze uitkeringen op basis van medisch onderzoek dat appellant geschikt achtte voor de eerder geduide functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de conclusies van de verzekeringsartsen juist waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de functies niet meer passend waren vanwege zijn klachten en dat de gegevens niet actueel waren.
De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was, waarbij zowel lichamelijk als psychisch onderzoek is verricht en recente medische informatie is betrokken. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat de nieuwe klachten niet van dien aard zijn dat zij beperkingen opleveren voor het verrichten van de functies. De door appellant overgelegde aanvullende informatie bevatte geen nieuwe medische feiten die tot een ander oordeel leiden.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.