ECLI:NL:CRVB:2013:BY7638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek proceskostenvergoeding en afwijzing schadevergoeding na intrekking beroep tegen UWV-besluit
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV, dat later geheel aan zijn verzoek tegemoetkwam met een gewijzigd besluit. Hierop trok appellant het hoger beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het UWV op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veroordeeld kan worden tot vergoeding van proceskosten, maar niet tot schadevergoeding. De vergoeding van proceskosten werd vastgesteld op €1.478,97, inclusief reiskosten en verletkosten, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij in zijn eer, goede naam of persoon was aangetast zoals vereist onder artikel 6:106 BW Pro. Ook werd geen sprake geacht van overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak werd op 2 januari 2013 gedaan door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.478,97, het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.