ECLI:NL:CRVB:2013:BY7970
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante en [I.] ontvingen sinds 2004 bijstand op grond van de WWB. Uit een themacontrole bleek dat zij meerdere bankrekeningen niet hadden opgegeven, waaronder een rekening met kasstortingen van ruim €40.507 over de periode 2004-2009. Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat de stortingen verklaard konden worden door contante salarisbetalingen, leningen en verkoopopbrengsten, en dat het college niet zorgvuldig had gehandeld door geen concrete vragen te stellen.
De Raad oordeelde dat de verklaringen onvoldoende waren onderbouwd met objectieve bewijzen en dat de grote onduidelijkheid en substantiële stortingen het recht op bijstand onduidelijk maakten. Daarom was intrekking en terugvordering terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.