ECLI:NL:CRVB:2013:BY8029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college stelde vast dat zij vanaf 14 juli 2005 tot 1 december 2007 een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand herzien naar de gehuwdennorm en werd een terugvordering ingesteld. Na eerdere procedures vernietigde de Raad enkele besluiten en gaf het college opdracht tot een nieuwe terugvordering.
Het college stelde bij besluit van 11 juli 2011 het terugvorderingsbedrag vast op €24.161,99 over de periode 28 november 2005 tot 1 december 2007. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij betoogde dat het college een volledige herberekening had moeten maken en niet slechts de periode had mogen aanpassen.
De Raad overwoog dat vaststaat dat appellante en haar partner een gezamenlijke huishouding voerden in de betreffende periode en dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. De Raad vond dat het college het terug te vorderen bedrag zorgvuldig had vastgesteld en dat het hoger beroep niet slaagde. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand door het college wegens gezamenlijke huishouding zonder melding.