ECLI:NL:CRVB:2013:BY8039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens niet-melding bankrekening
Appellante ontving bijstand over de periode 1997-2004 en vanaf 2004 als alleenstaande. In 2007 kwam via het Inlichtingenbureau een signaal binnen over een onbekende Postbankrekening op haar naam in 2005. Dit leidde tot onderzoek door de sociale recherche en herziening van de bijstand over de periode 2000-2006 met terugvordering van ruim €50.000.
Het college stelde dat appellante de inlichtingenverplichting schond door de bankrekening en kasstortingen niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld voor 2000-2001. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Raad bevestigt dit. Appellante voerde aan dat haar verhoor zonder raadsman in strijd was met artikel 6 EVRM Pro, maar dit werd verworpen omdat zij haar verklaringen vrijwillig had afgelegd.
De Raad oordeelde dat het bewijs niet onrechtmatig was verkregen en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt recht te hebben op volledige of aanvullende bijstand over de periode zonder bankafschriften. Ook waren er geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.