ECLI:NL:CRVB:2013:BY8055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door werkgever
De werkgever (appellante) maakte bezwaar tegen een door het UWV opgelegde loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een zieke werknemer. Het UWV had het recht op loondoorbetaling verlengd tot 15 juni 2011 omdat de werkgever onvoldoende had gedaan om de werknemer te laten re-integreren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar stelde het beroep van de werkgever deels gegrond door de loondoorbetalingsverplichting te verkorten tot 23 mei 2011. De werkgever stelde dat het deskundigenonderzoek onzorgvuldig was en dat zij de adviezen van de bedrijfsartsen had opgevolgd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV voldoende en overtuigend had gemotiveerd dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren. De werkgever had nagelaten concrete stappen te ondernemen, ook nadat zij was geïnformeerd over de tekortkomingen. De Raad bevestigde dat de werkgever verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van ingeschakelde deskundigen en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De uitspraak bevestigt de loonsanctie en wijst het hoger beroep van de werkgever af, waarmee de werkgever gehouden blijft aan haar re-integratieverplichtingen en de daarbij behorende sancties.
Uitkomst: De loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.