ECLI:NL:CRVB:2013:BY8067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over verrekening inkomsten startende zelfstandige met WW-uitkering
Appellant ontving vanaf 1 oktober 2008 een WW-uitkering en kreeg toestemming van het UWV om werkzaamheden te verrichten voor de start van een eigen bedrijf, waarbij 70% van de inkomsten als zelfstandige op de WW-uitkering in mindering zou worden gebracht.
Het UWV stelde later vast dat appellant een te hoog voorschot had ontvangen en vorderde een bedrag terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, stellende dat hij onjuist was voorgelicht over de verrekening van zijn inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant niet te kennen was gegeven dat slechts 70% van zijn inkomsten in het eerste halfjaar zou worden verrekend. Ook had appellant zich op de hoogte moeten stellen van de regelgeving. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en stelt dat de onjuiste veronderstelling van appellant voor zijn eigen risico komt. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV bevestigd.