ECLI:NL:CRVB:2013:BY8576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet- en weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante ontving sinds 1995 een WAO-uitkering wegens psychische en rugklachten. Na herbeoordeling in 2005 werd haar WAO-uitkering ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor passende arbeid. In 2008 meldde zij zich ziek en kreeg een Ziektewet-uitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze ZW-uitkering per 5 februari 2010 omdat zij weer geschikt werd geacht voor haar arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht later om een WAO-uitkering wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid per 9 juli 2008. Het UWV weigerde deze uitkering omdat haar beperkingen niet waren toegenomen ten opzichte van 2005. De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor een toename van beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze oordelen en wijst de hoger beroepen af. Er is geen nieuwe medische of arbeidskundige informatie die aanleiding geeft tot een ander oordeel. Verzoeken om schadevergoeding worden eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en weigering van de WAO-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid en afwezigheid van toename van beperkingen.