ECLI:NL:CRVB:2013:BY8929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering intrekking en terugvordering bijstand wegens vermeende criminele inkomsten
Appellante en [C.] ontvingen bijstand van oktober 2005 tot december 2007. Het college vorderde terugbetaling van bijstandskosten over de periode augustus 2006 tot november 2007, omdat [C.] volgens een strafrechtelijke veroordeling inkomsten uit criminele activiteiten zou hebben genoten. De rechtbank Groningen veroordeelde [C.] in juni 2009 onder meer voor medeplegen van oplichting en deelname aan een criminele organisatie.
Het college baseerde het terugvorderingsbesluit op deze veroordeling, maar appellante betwistte dat het vonnis voldoende grondslag bood, mede omdat niet duidelijk was vanaf wanneer [C.] betrokken was bij de criminele activiteiten. De Centrale Raad oordeelde dat het vonnis onvoldoende duidelijkheid gaf over de betrokkenheidstermijn en dat relevante verklaringen ontbraken in het bijstandsdossier, waardoor appellante niet kon reageren.
De Raad stelde vast dat het college de bewijslast draagt en dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen het gebrek binnen zes weken te herstellen. De eerdere uitspraak van de rechtbank kon daardoor niet in stand blijven.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding.