ECLI:NL:CRVB:2013:BY9162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskredietaanvraag wegens niet-levensvatbaarheid onderneming op grond van het Bbz 2004
Appellant heeft op 27 mei 2010 een aanvraag ingediend voor een bedrijfskrediet op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het bestuur heeft op basis van een advies van FBA, waarin werd geconcludeerd dat het bedrijf niet levensvatbaar is vanwege onvoldoende cashflow en onmogelijkheid tot aflossing, de aanvraag afgewezen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing en bracht 27 kritiekpunten naar voren op het advies van FBA. FBA reageerde inhoudelijk op deze kritiek, maar bleef bij haar conclusie dat het bedrijf niet levensvatbaar is. Het bestuur verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Dordrecht bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat het advies van FBA onzorgvuldig en onvoldoende onderbouwd was, mede verwijzend naar een excuusbrief van FBA. De Raad oordeelde echter dat het rapport zorgvuldig en consistent was, dat de kritiek vooral betrekking had op de snelheid en omvang van het onderzoek en niet op de essentie van het advies, en dat appellant geen objectief tegenadvies had overgelegd.
De Raad concludeerde dat het bestuur terecht het advies van FBA aan zijn besluitvorming ten grondslag had gelegd en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bedrijfskredietaanvraag wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf.