ECLI:NL:CRVB:2013:BY9328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en onduidelijke transacties met auto’s
Appellanten ontvingen bijstand over de periode 1998-2008. De Sociale Recherche Roermond stelde vast dat twintig auto’s kortdurend op naam van appellant stonden, vermoedelijk voor handelstransacties. Het college trok de bijstand over achttien maanden in. Na bezwaar herzag het college dit deels, maar hield de intrekking over twaalf maanden in stand wegens vermoedelijke handelstransacties zonder opgave.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat de auto’s slechts bij wijze van vriendendienst op naam stonden en geen inkomsten opleverden. Verklaringen van vrienden en familie waren niet controleerbaar. In hoger beroep voerden appellanten soortgelijke argumenten aan, maar konden dit wederom niet onderbouwen met verifieerbare gegevens.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken omdat appellanten de inlichtingenplicht schonden en het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en onvoldoende bewijs van vriendendienst.