ECLI:NL:CRVB:2013:BY9389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens handel in honden en schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, maar het college stelde op basis van een onderzoek dat appellante via Marktplaats handel dreef in honden zonder dit te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Het college trok de bijstand over de periode van 12 juli 2008 tot en met 31 mei 2009 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank vernietigde dit besluit deels vanwege het ontbreken van onderscheid tussen de bijstand van appellante en appellant en oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij recht hadden op bijstand indien zij wel tijdig en volledig hadden geïnformeerd. De Raad herroept het intrekkingsbesluit voor enkele maanden waarin de bijstand ten onrechte was ingetrokken en verklaart het bezwaar voor het overige ongegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad herroept gedeeltelijk het intrekkingsbesluit en verklaart het bezwaar voor het overige ongegrond, waarbij het beroep tegen de terugvordering wordt afgewezen.