ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde schoonmaakwerkzaamheden
Appellant ontving bijstand van september 2006 tot maart 2008 en verrichtte in die periode schoonmaakwerkzaamheden die niet aan het college zijn gemeld. De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) voerde een onderzoek uit naar fraude in de schoonmaakbranche, waarbij onder meer administratie werd in beslag genomen en getuigen werden gehoord. Op basis hiervan herzag het college de bijstandsverlening en vorderde terugbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant deels gegrond voor de periode van december 2007 tot maart 2008, maar het hoger beroep richt zich op de gehele periode. De Raad concludeert dat er onvoldoende bewijs is voor werkzaamheden in een groot deel van de periode, maar wel voldoende aanwijzingen voor de maanden januari, april tot en met juli, en september 2007.
Appellant heeft zijn inlichtingenplicht geschonden door deze werkzaamheden niet te melden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De Raad vernietigt het besluit voor de overige maanden en draagt het college op een nieuwe terugvorderingsbeslissing te nemen. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt grotendeels vernietigd, met uitzondering van enkele maanden.