ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker heeft een procedure gevoerd tegen het UWV en de Staat vanwege overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke zaak. De Raad stelde vast dat de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase was overschreden, waarbij een periode van ruim vijf jaar was verstreken tussen het bezwaarschrift en de uitspraak van de rechtbank.
De Staat en het UWV erkenden de overschrijding en boden respectievelijk € 2.500 en € 2.000 aan als schadevergoeding. Verzoeker was het eens met het bedrag van € 2.000 voor de bestuurlijke fase, maar betwistte het aanvullende bedrag van € 500 dat de Staat wilde toekennen voor de duur van de schadevergoedingsprocedure.
De Raad oordeelde dat de duur van de schadevergoedingsprocedure niet meegewogen mag worden bij de vaststelling van de schadevergoeding voor de hoofdzaak, maar dat deze procedure ook niet onnodig lang mag duren. Gezien de duur van de procedure zag de Raad geen aanleiding voor een hoger bedrag dan het reeds toegekende.
De Raad veroordeelde de Staat tot een vergoeding van € 2.500 en het UWV tot € 2.000, en legde de proceskosten van € 472,- voor de helft bij beide partijen neer. Hiermee werd het geschil definitief beslecht.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden veroordeeld tot betaling van respectievelijk € 2.500 en € 2.000 aan schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.