ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag aan de muur bevestigbare strijkplank met therapeutisch doel onder Wmo
Appellante heeft bij het college een aan de muur bevestigbare, in hoogte verstelbare strijkplank aangevraagd als woonvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college heeft haar hulp bij het huishouden toegekend, inclusief een was- en strijkvoorziening van 120 minuten per week, maar de aanvraag voor de strijkplank afgewezen omdat de toegekende hulp voldoende compensatie biedt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij zelf huishoudelijke taken wil uitvoeren en dat de toegekende hulp onvoldoende is. Zij overwoog daarbij een verklaring van een ergotherapeut die stelde dat appellante enkele eenvoudige strijkhandelingen verricht en hier veel eigenwaarde aan ontleent.
De Raad oordeelde dat de strijkplank een therapeutisch doel dient en geen ergonomische functie heeft, waardoor deze niet binnen de compensatieplicht van het college valt. De toegekende hulp bij het huishouden compenseert voldoende de beperkingen bij het voeren van het huishouden. Ook ontbrak een feitelijke grondslag voor het betoog dat de toegekende uren onvoldoende zijn.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de afwijzing van de aanvraag voor de strijkplank in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag voor een aan de muur bevestigbare strijkplank met therapeutisch doel wordt afgewezen omdat de toegekende hulp bij het huishouden voldoende compensatie biedt.