ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1747

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
10-3543 VALYS
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing hoog persoonlijk kilometerbudget scootmobielgebruikster

Appellante, die vanwege een hersenbloeding ernstige beperkingen heeft en gebruikmaakt van een scootmobiel van 1,63 meter lang, vroeg bij Argonaut een hoog persoonlijk kilometerbudget (hoog PKB) aan. Argonaut wees de aanvraag af omdat volgens hen appellante met een leenrolstoel en begeleiding met de trein zou kunnen reizen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellante niet voldeed aan de criteria uit het Protocol.

In hoger beroep stelde appellante dat haar scootmobiel te lang en te zwaar is om met de trein te reizen, waardoor zij niet aan de voorwaarden voldoet. De Raad oordeelde dat appellante redelijkerwijs niet kon weten dat zij buiten de regeling zou vallen, mede gelet op een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare situatie werd beoordeeld. Argonaut kon niet aannemelijk maken dat appellante geen gebruik maakt van de Inca Sprint scootmobiel.

De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat Argonaut een nieuw besluit moet nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd Argonaut veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.

Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en Argonaut moet een nieuw besluit nemen over het hoog persoonlijk kilometerbudget.

Uitspraak

10/3543 VALYS
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 mei 2010, 09/1526 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellante)
Argonaut Advies B.V. (Argonaut)
Datum uitspraak: 20 februari 2013
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. E.A. Kazzaz-de Hoog, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Argonaut heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2013. Appellante is, met bericht, niet verschenen. Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Stové en S.J. Heemstra, werkzaam als arts bij Argonaut.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
1.1. Appellante, geboren op [geboortedatum], heeft op 15-jarige leeftijd een hersenbloeding gehad. Als gevolg daarvan kan zij onder andere haar linkerarm niet gebruiken en is de kracht in haar linkerbeen beperkt. Appellante heeft een vervoersvoorziening in de vorm van een scootmobiel, merk Inca Sprint, alsmede een Valys-pas en een (standaard) persoonlijk kilometerbudget.
1.2. Appellante heeft op 30 mei 2008 bij Argonaut een voorziening aangevraagd in de vorm van een hoog persoonlijk kilometerbudget (hierna: hoog pkb). Appellante heeft bij deze aanvraag vermeld dat zij vanwege medische en ergonomisch redenen niet met de trein kan reizen. In zijn rapportage van 18 september 2008 heeft indicatiesteller F. Dehue een negatief advies gegeven.
1.3. Argonaut heeft de aanvraag van appellante bij besluit van 3 oktober 2008 afgewezen.
1.4. Naar aanleiding van het tegen het besluit van 3 oktober 2008 gemaakte bezwaar heeft de arts drs. E.C.M. Molijn (Molijn), werkzaam bij Argonaut, in zijn rapport van 14 januari 2009 onder meer geconcludeerd dat appellante zich, gebruik makend van een (leen)rolstoel of scootmobiel, door Valys naar een (rolstoel)toegankelijk station kan laten vervoeren. Daar kan zij met assistentie van NS-Reizigers op het perron en in de trein komen, overstappen en aan het einde van de treinreis uit de trein komen. Vervolgens kan zij zich door Valys naar de eindbestemming laten brengen. Voor appellante bestaat geen absoluut medische indicatie voor het uitsluitend gebruik maken van een taxi/taxibus. De bezwaararts ziet ook overigens geen bijzondere omstandigheden die afwijking van de criteria zoals die zijn neergelegd in het Protocol inzake de afhandeling van indicatie aanvragen hoog persoonlijk kilometerbudget Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten, versie 1 oktober 2007, (Protocol) kunnen rechtvaardigen.
1.5. Bij besluit van 20 januari 2009 (bestreden besluit) heeft Argonaut het bezwaar tegen het besluit van 3 oktober 2008 onder verwijzing naar het rapport van Molijn ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat appellante bij een treinreis geen gebruik kan maken van haar verlengde scootmobiel, omdat deze gelet op de afmetingen niet in de trein wordt toegelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat Argonaut op goede gronden heeft geconcludeerd dat de medische beperkingen van appellante het reizen per trein niet onmogelijk maken en dat zij niet voldoet aan de in het Protocol gestelde voorwaarden. Appellante moet in staat worden geacht, gebruik makend van een (leen)rolstoel, met individuele begeleiding met de trein te reizen. Voorts is geen sprake van een situatie die afwijking van het Protocol rechtvaardigt.
3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd en aangevoerd dat zij is aangewezen op het gebruik van haar scootmobiel en dat deze te groot en te zwaar is om te reizen per trein.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. In het Protocol is aangegeven:
“De aanvrager komt in aanmerking voor een hoog PKB wanneer:
1. De aanvrager beschikt over een Valys-pas, en
2. niet in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder, en
3. gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde “mens-machinecombinatie”) zodanig is dat reizen per trein onmogelijk is, en/of
4. door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is, al dan niet met begeleiding, met de trein te reizen.”
4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat appellante voldoet aan de eerste twee voorwaarden.
4.3. Met betrekking tot de onder 3 genoemde voorwaarde heeft de Raad in zijn uitspraak van 3 augustus 2011, LJN BR4110, overwogen dat “appellant, gelet op de tekst van hetgeen in het Protocol onder 3 is opgenomen, in aanmerking komt voor een hoog PKB. (…), appellant had naar het oordeel van de Raad in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet kunnen weten dat hij – mogelijkerwijs – niet onder het bereik van de regeling zou vallen. De Raad concludeert dat Argonaut reeds op grond van het rechtszekerheidsbeginsel gehouden is tot toekenning aan appellant van een hoog pkb.”
4.4. In de zaak die heeft geleid tot de onder 4.3 aangehaalde uitspraak van 3 augustus 2011 overschreed het gewicht van de aanvrager samen met zijn scootmobiel het door de NS voor vervoer gestelde maximum van 250 kilogram. Appellante maakt blijkens de rapportage van indicatiesteller F. Dehue gebruik van een scootmobiel, die langer is dan de door de NS toegestane maximale lengte van 1.50 meter. De Inca Sprint is blijkens de door appellante bij de rechtbank overgelegde gegevens 1.63 meter. Ook appellante had daarom in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet kunnen weten dat zij mogelijkerwijs niet onder het bereik van de regeling zou vallen. Ter zitting van de Raad heeft Argonaut naar voren gebracht dat niet vaststaat dat appellante gebruik maakt of moet maken van de Inca Sprint. Dit betoog wordt verworpen. Gelet op de rapportage van indicatiesteller F. Dehue is immers uitgangspunt van de besluitvorming van Argonaut dat appellante vanwege haar beperkingen gebruik maakt van deze scootmobiel. Argonaut heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat dit uitgangspunt, waarvan eerst in hoger beroep afstand is genomen, onjuist zou zijn. Uit de uitspraak van 3 augustus 2011 volgt dat in het geval de “mens-machinecombinatie” niet voldoet aan de criteria appellante er geen rekening mee hoefde te houden dat zij gebruik zou kunnen maken van een rolstoel, zodat niet ter zake doet of het voor appellante medisch noodzakelijk is om per scootmobiel in plaats van per rolstoel te reizen.
4.5. Uit wat onder 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen.
5. De Raad ziet ten slotte aanleiding om Argonaut te veroordelen in de kosten van appellante. Deze worden begroot op € 1.416,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 20 januari 2009;
- bepaalt dat Argonaut met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een
nieuw besluit op bezwaar neemt;
- veroordeelt het college in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.416,--;
- bepaalt dat Argonaut aan appellante het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht
van in totaal € 150,-- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap als voorzitter en J. Brand en M.F. Wagner als leden, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2013.
(getekend) A.J. Schaap
(getekend) J.T.P. Pot