ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep wijst tussenuitspraak over ontheffing inburgeringsplicht wegens medische belemmeringen
Appellante, een in Nederland woonachtige vrouw met de Marokkaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van het college dat haar verplichtte het inburgeringsexamen te behalen. Zij stelde dat medische omstandigheden haar belemmerden dit examen te halen en overhandigde een verwijsbrief van haar huisarts.
Het college liet zich adviseren door een arts van de GGD, die concludeerde dat appellante psychische klachten had maar geen blijvende stoornissen die ontheffing rechtvaardigden. Het college verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch advies onvoldoende zorgvuldig was, omdat niet alle relevante medische informatie was ingewonnen, met name van de huisarts en GGZ-instelling. Hierdoor was het besluit onvoldoende gemotiveerd en berustte het op onvoldoende onderzoek.
De Raad draagt het college op binnen zes weken het gebrek te herstellen door nader medisch onderzoek te laten verrichten, waarbij ook de huisarts en i-psy moeten worden geraadpleegd, en het besluit opnieuw te motiveren. Dit met het oog op een finale beslechting van het geschil.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herstellen door nader medisch onderzoek te verrichten en het besluit opnieuw te motiveren.