ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenloop Engelse oorlogspensioen met WAO-uitkering en toekenning schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant, die sinds 1968 een WAO-uitkering ontvangt wegens knieklachten, betwist dat het Engelse war pension terecht in mindering is gebracht op zijn WAO-uitkering over de periode 1991-2004. Het geschil spitst zich toe op de toepassing van het Besluit samenloop, dat bepaalt dat bij samenloop van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen uit verschillende landen de uitkering slechts wordt uitbetaald voor het meerdere boven de buitenlandse uitkering.
De Raad oordeelt dat het Engelse war pension, toegekend vanwege knieklachten veroorzaakt tijdens militaire dienst, als een arbeidsongeschiktheidsuitkering moet worden aangemerkt en dat het Uwv dit terecht in mindering heeft gebracht. Het subsidiaire standpunt van appellant dat alleen het unemployability supplement als arbeidsongeschiktheidsuitkering geldt, wordt verworpen.
Verder is vastgesteld dat de bestuursprocedure de redelijke termijn overschreed met bijna drie jaar, waarvoor het Uwv aansprakelijk wordt gehouden. De Raad kent een immateriële schadevergoeding van €3.000,- toe en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak vernietigt het deel van het vonnis waarin de rechtbank niet op het verzoek om schadevergoeding besliste, bevestigt het overige en legt het Uwv de kostenveroordelingen op. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 februari 2013.
Uitkomst: Het Uwv heeft terecht het Engelse war pension in mindering gebracht op de WAO-uitkering en is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.