ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat woonplaatsvereiste van 50 jaar verzekering AOW niet in strijd is met EU-recht
Appellante, geboren in het Verenigd Koninkrijk, woonde daar tot 1976 en verhuisde daarna naar Nederland waar zij vanaf 1978 werkte. Zij vroeg een pensioenoverzicht aan en kreeg te horen dat zij een verzekerd tijdvak van 34 jaar en 12 dagen had, onvoldoende voor een volledig AOW-pensioen dat 50 jaar vereist.
Zij stelde dat dit woonplaatsvereiste indirect discrimineert op grond van nationaliteit en strijdig is met EU-rechten zoals het vrij verkeer van werknemers en het non-discriminatiebeginsel. De Raad oordeelde dat het AOW-stelsel, dat de hoogte van het pensioen koppelt aan het aantal verzekerde jaren, niet discriminerend is en dat lidstaten bevoegd zijn hun sociale zekerheidsvoorwaarden te bepalen.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en het Hof van Justitie dat stelt dat verschillen in sociale zekerheidsstelsels tussen lidstaten niet per definitie verboden zijn. Bovendien was appellante verzekerd tijdens haar verblijf en arbeid in Nederland en had zij de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering voor de periode daarvoor.
De Raad concludeerde dat het vereiste van 50 jaar verzekering voor een volledig pensioen niet in strijd is met de genoemde EU-bepalingen en verwierp het hoger beroep, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het woonplaatsvereiste van 50 jaar verzekering voor een volledig AOW-pensioen is niet in strijd met EU-recht.