ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2433
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, sinds 1993 werkzaam als medewerker munttelcentrale, viel in 2006 uit vanwege longklachten en ontving vanaf 2008 een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2010 stelde het UWV vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig was verricht en dat appellant geschikt was voor eenvoudige functies ondanks beperkte taalvaardigheid.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren over zijn taalvaardigheid en het ontbreken van beperkingen in lezen en schrijven in de functionele mogelijkhedenlijst (FML). De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor dergelijke beperkingen en dat eenvoudige productiefuncties passend zijn. Ook was langdurige begeleiding niet noodzakelijk, waardoor nader onderzoek naar een jobcoach niet vereist was.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd.