ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Werkgever is belanghebbende bij besluiten over deeltijd-WW-uitkeringen
Appellante, een werkgever, voerde werktijdverkorting door en haar werknemers ontvingen deeltijd-WW-uitkeringen. Het UWV beëindigde deze uitkeringen per 16 augustus 2010 en verklaarde het bezwaar van appellante tegen deze besluiten niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbende zou zijn. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep stelde appellante dat zij als werkgever wel degelijk belanghebbende is, omdat zij verplichtingen en vergoedingen moet nakomen en invloed heeft op het recht op deeltijd-WW. De Raad analyseerde het Besluit deeltijd WW tot behoud van vakkrachten en concludeerde dat het Besluit een bijzondere regeling is die zich richt op de werkgever met zowel begunstigende als belastende normen.
De Raad oordeelde dat de werkgever een rechtstreeks belang heeft bij besluiten over deeltijd-WW, ook bij beëindiging van uitkeringen wegens vermeende niet-tijdige verlenging. De eerdere uitspraak van de rechtbank was onjuist en het UWV moet de besluiten heroverwegen. Tevens wees de Raad erop dat de door het UWV gehanteerde termijn van twee weken voor verlenging niet dwingend is en dat dit bij de heroverweging moet worden betrokken.
Uitkomst: Het UWV heeft het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard; de besluiten moeten worden heroverwogen.