ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3461
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid en vernietiging bestreden besluit
Appellante was sinds 6 oktober 2000 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2004 werd haar uitkering beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Zij diende daarop aanvragen in voor een WAO-uitkering per 9 augustus 2005 en 3 juni 2008, die door het UWV werden geweigerd op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit deels en bepaalde dat appellante recht had op een WAO-uitkering vanaf 22 augustus 2005 met een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. De Raad bevestigt deze datumwijziging en onderschrijft de medische en arbeidskundige onderbouwing voor deze beoordeling. Voor de datum 3 juni 2008 oordeelt de Raad dat appellante volledig arbeidsongeschikt was, mede op basis van een ZW-rapportage van juli 2008.
Het UWV stelde dat appellante pas in december 2009 geschikt werd geacht voor bepaalde functies, maar de Raad wijst dit af vanwege het ontbreken van feitelijke grondslag en bevestigt dat appellante vanaf 3 juni 2008 recht heeft op een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten en vergoeding van het griffierecht. Het bestreden besluit wordt vernietigd en de uitspraak treedt in de plaats daarvan.
Uitkomst: Appellante krijgt met terugwerkende kracht een WAO-uitkering toegekend vanaf 22 augustus 2005 en 3 juni 2008 met respectievelijk 15-25% en 80-100% arbeidsongeschiktheid.